15551583527329031.png
Photo 30-06-15 10 26 19.gif
download.jpg
verkeersborden-rvv-serie-geboden-verbode

>>  Autorijschool Kerklaan  /  Oranjetuin 13 2665 VJ Bleiswijk  /  010 52 12241  <<

    Om te beginnen nog wat tips voor de mensen die (bijna) examen mogen doen:

    • Let op je snelheid; Bij het naderen van een bushalte met een stilstaande bus binnen de bebouwde kom, goed op de richtingaanwijzer van de bus letten. Als zijn linker richtingaanwijzer begint te knipperen kun je dan nog tijdig stoppen?

    • Bij het verlaten van de bebouwde kom voor het optrekken goed controleren of je niet ingehaald wordt.

    • Let bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats al in een vroeg stadium op zijkanten van het zebrapad of er niemand aan komt lopen zodat je tijdig kunt stoppen. Zie je per ongeluk toch pas op het allerlaatste moment dat er iemand aan komt lopen dan kan je toch beter doorrijden dan dat je op het allerlaatste moment boven op de rem gaat staan met het risico dat de auto achter je niet tijdig kan reageren.

    • Let bij het oversteken van grote voorrangskruispunten ook alvast voor het oversteken goed op het fietspad aan de andere kant van de kruispunten. Dat hoort namelijk ook bij de voorrangsweg en moet uiteraard ook vrij zijn als je gaat oversteken.

    • Als er in een smalle straat geparkeerde auto’s aan jouw kant staan en er komen tegenliggers dan zul je moeten wachten. Begin dan alvast met het kijken of je veilig weg kunt rijden (binnenspiegel, buitenspiegel en naast je naar links) als de laatste tegenligger bijna voorbij is. Dan gaat er namelijk geen tijd verloren tussen het moment dat de tegenligger voorbij is en het moment van wegrijden.

    • Als je een obstakel aan jouw kant van de weg treft, begin dan tijdig met kijken en uitwijken zodat je nog voor het obstakel terug naar rechts kunt indien er toch nog tegenligger opduikt.

    • Zorg dat je bij (scherpe) bochten naar rechts tijdig over de rechterschouder controleert en niet te lang naar links kijkt anders wordt je bocht veel te ruim.

    • Bij bochten naar links oppassen dat je niet teveel afsnijdt. Vooral in smalle straten kan een auto van rechts dan niet meer de straat inrijden waar jij uitkomt. Ook als er bijna op de hoek van de straat nog een auto geparkeerd staat aan de rechterkant, na het uitwijken van die auto toch weer terug komen naar rechts voor het insturen naar links.

    • Als je verwacht even te moeten stoppen in het verkeer plaats de auto dan zodanig dat je het (kruisende) verkeer niet blokkeert of onnodig hindert.

    • Indien er twee rijstroken dezelfde richting opgaan en op de rechter rijstrook staat een vrachtauto of bus, neem dan de linker rijstrook, omdat jij sneller optrekt dan dat grote voertuig.

    • Komt er een bestuurder van rechts op een gelijkwaardige kruispunt en stopt deze voor je, stop dan toch en neem geen voorrang maar gebaar de andere bestuurder dat hij eerst mag gaan.

    • Een uitrijstrook is meestal volledig eenrichtingsverkeer. Als de examinator je aan het einde van de uitrijstrook linksaf stuurt zorg er dan voor dat je links voorsorteert.

    • Als er in een bepaalde situatie weinig ruimte is en er komt een tegenligger aan, stuur dan niet naar rechts, maar verminder de snelheid, of stop desnoods.

    • Let bij het afslaan, ook bij een "rond verkeerslicht" goed op het eventueel rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg met ook groen licht.

    • Kijk bij het links afslaan behalve links en rechts ook goed voor je naar verkeer (voetgangers inbegrepen) dat op dezelfde weg rechtdoor gaat en blijft alert op bestuurders die een te korte bocht maken en je zodoende kunnen afsnijden.

    • Bestudeer voor je praktijkexamen nog eens goed alle voorrangsregels. Je theorieboek en/of online training is hier zeer geschikt voor.

    • Eet een banaan vlak voor het examen! Hij geeft je energie en alertheid.

    • Blijf bovenal ademhalen; Een zucht geeft lucht en zuurstof is (letterlijk) stof tot nadenken!

    • Veel succes..

    Bijzondere verrichtingen.

    Het in- en uitstappen en de voorbereiding- en controlehandelingen worden als één bijzondere verrichting gezien.
     

    Van de overige bijzondere verrichtingen worden er twee in het examen gevraagd: de examinator kan dan kiezen uit ‘in rechte lijn achteruit rijden’, ‘achteruit rijden van een bocht’, ‘parkeren in een haaks of schuin vak’, ‘fileparkeren’, ‘omkeren door te steken’, ‘omkeren door een halve draai’ én de hellingproef. De examinator zal altijd minstens één bijzondere verrichting kiezen waarbij de kandidaat achteruit rijdt. Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.

     

    De opdrachten worden altijd heel specifiek aangegeven. Bijvoorbeeld: in deze straat wil ik dat je vooruit in een vak parkeert, of: ik wil dat je in deze straat vooruit fileparkeert. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat er rechts voldoende mogelijkheden zijn voor de leerling. Wanneer de kandidaat ervoor kiest om de oefening toch links uit te voeren, mag dat ook. Het specificeren van de opdracht heeft ook consequenties: Dit betekent dat de examinator ook een duidelijke uitvoering van de opdracht willen zien. Straks luidt bijvoorbeeld de opdracht: we willen dat je in deze straat de bocht achteruit maakt. Als de leerling dan tegen de stoeprand aanrijdt of op de andere weghelft van een brede straat terechtkomt, wordt dat niet geaccepteerd.

    Bij de hellingproef is het aan de kandidaat hoe hij deze uitvoert en welke hulpmiddelen hij hiervoor gebruikt.

    Een zelfstandige route rijden.

    De kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het kan ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen. Wel is dan belangrijk dat de telefoon of navigatie in een houder is bevestigd. Het ‘zelfstandig route rijden’ zal ongeveer de helft van het examen in beslag nemen. De totale rijtijd bedraagt 30-40 minuten. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.

     

    Zelfreflectie.

    Voor het examen vult de kandidaat een beoordelingsformulier in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. De examinator bekijkt dit pas ná de examenuitslag en bespreekt het met de kandidaat. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie heeft als doel het gedrag van de aspirant rijbewijsbezitter op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen omdat het weliswaar voor de verkeersveiligheid en het bewustwordingsproces van de kandidaat een heel belangrijk element is, dat tegelijkertijd moeilijk objectief in een examen te meten is.

    Proefles / Aanmelden?